ECLI:NL:CRVB:2007:AZ8273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 55-65%
Appellante stelde in hoger beroep dat zij op medische gronden volledig arbeidsongeschikt moest worden beschouwd en dat de medische onderbouwing van het UWV onvoldoende was. De rechtbank had eerder het besluit van het UWV vernietigd vanwege een niet-matchend item in de functionele mogelijkhedenlijst.
Na een nader arbeidskundig onderzoek heeft het UWV opnieuw een besluit genomen waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 55 tot 65%. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het hoger beroep mede gericht is tegen dit nieuwe besluit en dat alle grieven daarin aan de orde kunnen komen.
De Raad oordeelt dat appellante geen nieuwe objectieve medische gegevens heeft ingebracht die twijfel zaaien over de vastgestelde functionele mogelijkheden. De subjectieve klachten van appellante zijn niet doorslaggevend. De Raad sluit zich aan bij de eerdere overwegingen van de rechtbank en acht de medische en arbeidskundige onderbouwing toereikend.
Daarom houdt het nieuwe besluit stand en wordt het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante geen belang meer heeft bij vernietiging van de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van het UWV tot toekenning van een WAO-uitkering van 55-65% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.