ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onverbindendheid maximering urenomvang maatman in Schattingsbesluit 2004
Betrokkene, een zelfstandig melkveehouder die meer dan 38 uur per week werkt, ontvangt sinds 2001 een WAZ-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, trok de uitkering per 7 november 2005 in omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% zou zijn. Dit besluit was gebaseerd op het Schattingsbesluit 2004, waarin de urenomvang van de maatman wordt gemaximeerd op 38 uur per week.
De rechtbank Alkmaar oordeelde dat de regeling in het Schattingsbesluit 2004 die de maximering regelt, onverbindend is omdat deze afwijkt van het beginsel van feitelijke inkomstenderving. Hierdoor werd het besluit van appellant vernietigd en werd de uitkering ongewijzigd voortgezet. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank en oordeelt dat het Schattingsbesluit 2004, voor zover het afwijkt van het beginsel van feitelijke inkomstenderving, onverbindend is. Dit oordeel geldt ook voor besluiten gebaseerd op de WAZ. De Raad wijst op de samenhang tussen de AAW, WAO en WAZ en stelt dat appellant geen argumenten heeft aangevoerd die tot een ander oordeel leiden.
De Raad veroordeelt appellant tot betaling van de proceskosten van betrokkene en heft griffierecht. Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen, waarmee de uitspraak van de rechtbank in stand blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.