ECLI:NL:CRVB:2007:BA0026
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling gemeente Groningen in proceskosten bijzondere bijstand bezwaar en beroep
Appellant diende op 1 juli 2004 een aanvraag bijzondere bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van Groningen. Het College liet de aanvraag buiten behandeling en wees het bezwaar daarop af wegens gebrek aan belang. De rechtbank Groningen verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het College tot vergoeding van proceskosten van €644 voor rechtsbijstand bij de behandeling van het beroep.
Appellant stelde in hoger beroep dat ook kosten voor het indienen van het beroepschrift en verzetschrift vergoed moesten worden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen vergoeding had toegekend voor het verzetschrift en dat de vergoeding voor het bezwaarschrift onjuist was vermeld. Het College had de kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase inmiddels vergoed.
De Raad vernietigde het bestreden vonnis voor zover het de proceskostenveroordeling betreft en veroordeelde het College tot vergoeding van €805 voor rechtsbijstand bij bezwaar, beroep en verzet. Tevens werd het betaalde griffierecht van €103 aan appellant vergoed. Er werd geen proceskostenveroordeling in hoger beroep opgelegd omdat appellant dit niet opportuun achtte.
Uitkomst: Het College van burgemeester en wethouders van Groningen wordt veroordeeld tot betaling van €805 aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht van €103.