ECLI:NL:CRVB:2007:BA0125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAZ-uitkeringsbesluit na beoordeling restverdiencapaciteit en reductiefactor
Appellant, zelfstandig eigenaar van een uitzendbureau, meldde zich arbeidsongeschikt met psychische klachten. Na medisch onderzoek en arbeidsdeskundig advies kende het UWV een WAZ-uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%.
Appellant stelde dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn psychische beperkingen en dat de reductiefactor onjuist werd toegepast, waardoor de mate van arbeidsongeschiktheid hoger zou moeten zijn vastgesteld. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit deels vanwege onvoldoende motivering van de functieduiding.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische beoordeling door het UWV juist is en dat appellant geen nieuwe medische gegevens heeft overgelegd. De Raad bevestigt dat de toepassing van het Schattingsbesluit, inclusief de reductiefactor, correct is uitgevoerd en wijst de grieven van appellant af.
De Raad benadrukt dat de selectie van functies voor de schatting moet resulteren in een zo groot mogelijke resterende verdiencapaciteit per uur, waarbij rekening wordt gehouden met de reductiefactor, en niet louter op basis van het hoogste loon per functie zonder reductie.
De aangevallen uitspraak wordt bevestigd, en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot toekenning van de WAZ-uitkering en wijst het hoger beroep af.