ECLI:NL:CRVB:2007:BA1468
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep bij gewijzigde bijstandsbesluiten en proceskostenveroordeling
Appellante ontving tot 1 oktober 2003 een bijstandsuitkering die werd beëindigd wegens werkaanvaarding. Na een nieuwe aanvraag kende het College bij besluit van 24 mei 2004 een WWB-uitkering toe met diverse voorwaarden en vaststellingen omtrent vermogen en taxatiekosten. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, waarop het College deels tegemoet kwam met een wijziging van de taxatiewaarde en het niet in rekening brengen van taxatiekosten.
Vervolgens heeft het College bij nadere besluiten in 2006 het beleid aangepast, waardoor het vermogen in de eigen woning van appellante op nihil werd gesteld en de verplichting tot ondertekening van een geldleningsovereenkomst verviel. Ook werd de verplichting tot deelname aan een activeringstraject opgeheven. Hierdoor was het resterende geschilpunt omtrent het overige vermogen per 1 januari 2004 opgelost.
De Raad concludeert dat appellante geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep en de beroepen tegen de nadere besluiten, waardoor deze niet-ontvankelijk worden verklaard. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 maart 2007.
Uitkomst: Het hoger beroep en de beroepen tegen de nadere besluiten worden niet-ontvankelijk verklaard en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.