ECLI:NL:CRVB:2007:BA3569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvragen wegens onvoldoende duidelijkheid woon- en leefsituatie en niet-nakoming inlichtingenverplichting
Appellant diende meerdere aanvragen om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage. Bij de eerste aanvraag van 30 mei 2005 verscheen appellant te laat voor het intakegesprek, waarna het College de aanvraag afwees. Een tweede aanvraag op 9 juni 2005 werd eveneens afgewezen omdat appellant niet reageerde op een oproep voor een gesprek op 28 juni 2005.
Het College verklaarde de bezwaren tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat appellant onvoldoende duidelijkheid had verschaft over zijn woon- en leefsituatie, waardoor niet kon worden vastgesteld of hij recht had op bijstand. De voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat appellant het opgegeven adres als woonadres gebruikte, maar onvoldoende medewerking verleende om zijn woon- en leefsituatie toe te lichten. Hierdoor kon het College niet vaststellen of appellant aan de voorwaarden voor bijstand voldeed. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvragen van appellant worden afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over woon- en leefsituatie en niet-nakoming van de inlichtingenverplichting.