ECLI:NL:CRVB:2007:BA3853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens en schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen sinds april 2000 bijstand, welke door het College werd ingetrokken wegens overschrijding van de vermogensgrens en schending van de inlichtingenverplichting. Het College vorderde de bijstandskosten terug over de periode april 2000 tot oktober 2003.
De Raad stelt vast dat appellanten bij aanvang en tijdens de bijstand meerdere bankrekeningen niet hebben opgegeven, waardoor het recht op bijstand ten onrechte werd verleend. Vanaf juli 2000 is onduidelijk of appellanten in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerden, wat voor hun rekening komt. Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Raad vernietigt het besluit van 22 december 2004 omdat het recht op bijstand naar aanleiding van de aanvraag van mei 2004 niet goed kon worden beoordeeld. Het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Proceskosten worden toegewezen aan appellanten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 22 december 2004 wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; het College moet een nieuw besluit nemen.