ECLI:NL:CRVB:2007:BA4330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens ongeschiktheid eigen werk en geschiktheid maatmanarbeid
Appellante ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid als administratief logistiek medewerkster. Na een herbeoordeling concludeerde het UWV dat zij geschikt was voor maatmanarbeid, waarop de uitkering werd herzien en uiteindelijk ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij de maatgevende arbeid kon verrichten en dat soortgelijke functies op de arbeidsmarkt aanwezig waren.
In hoger beroep betoogde appellante dat het UWV onterecht was teruggekomen op het primaire besluit en dat zij niet in staat was haar eigen werk te verrichten. De Raad oordeelde dat de medische belastbaarheid juist was vastgesteld, maar dat het UWV ten onrechte de maatmanarbeid had vastgesteld op functies die niet overeenkwamen met haar oorspronkelijke functie, omdat de logistieke taken niet in de onderzochte functies voorkwamen.
De Raad concludeerde dat soortgelijke arbeid met dezelfde combinatie van administratieve en logistieke taken niet aantoonbaar op de arbeidsmarkt aanwezig was. Daarom werd het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het nemen van een nieuw besluit.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.