ECLI:NL:CRVB:2001:AB1364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- W.D.M. van Diepenbeek
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onjuiste beoordeling maatmanarbeid
Appellante kreeg op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering een uitkering toegekend die in 1996 werd ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens gedaagde minder dan 25% bedroeg. Gedaagde stelde dat appellante haar maatmanarbeid, de functie van administratief medewerkster bij een bedrijf, weer kon hervatten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat hervatting van haar oude functie niet mogelijk was omdat deze niet meer bestond en dat soortgelijke arbeid met dezelfde belasting en beloning niet beschikbaar was. De Raad stelde vast dat de oude functie niet meer bestond en dat de aangeboden alternatieve functies qua beloning aanzienlijk lager waren dan het maatmaninkomen van appellante. Ook voldeden twee van die functies niet aan haar opleidingsniveau.
De Raad oordeelde daarom dat het besluit tot intrekking van de uitkering niet stand kon houden en vernietigde zowel het besluit als de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht. De Raad wees erop dat appellante niet aannemelijk kon maken dat zij in de aangeboden functies een vergelijkbaar loon zou kunnen verdienen, mede gezien haar korte dienstverband en lange periode van werkloosheid voorafgaand aan haar arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd en het beroep van appellante wordt gegrond verklaard.