Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
De Raad heeft het onderzoek heropend en het Uwv schriftelijke vragen gesteld.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 14 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep over de weigering van een WIA-uitkering aan appellante. Appellante, die eerder als hulpinpakker werkte, heeft zich ziekgemeld en stelt dat zij meer beperkingen heeft dan het Uwv heeft aangenomen. Het Uwv heeft haar geschikt geacht voor de functie van assemblagemedewerker in WSW-verband, maar appellante betwist dat deze functie vergelijkbaar is met haar eerdere werk. De Raad oordeelt dat het Uwv niet aannemelijk heeft gemaakt dat er soortgelijk werk beschikbaar is en vernietigt de eerdere uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelt dat de functie van assemblagemedewerker geen soortgelijke functie is als die van hulpinpakker en dat het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellante moet beslissen. De Raad heeft ook de proceskosten van appellante toegewezen en het Uwv veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.