ECLI:NL:CRVB:2007:BA4954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- M.H.A. Uri
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV omtrent WAO-uitkering wegens onjuiste functiebeschouwing
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar geen WAO-uitkering toe te kennen. Zij stelde dat zij de functies kassamedewerker en telefonist niet kon verrichten vanwege medische beperkingen en opleidingseisen. De Raad overwoog dat kassawerkzaamheden in de amusementssector en bij een grootwinkelbedrijf niet vergelijkbaar zijn met een supermarktfunctie en dat appellante de werkzaamheden kon verrichten. Ook voldeed zij aan het mavo-niveau dat vereist is voor de functie telefonist.
De medische rapportages en arbeidsdeskundige beoordelingen bevestigden dat appellante niet zwaardere tilbelastingen hoefde te verrichten dan zij aankon. Het UWV had onvoldoende gemotiveerd waarom de functies niet passend zouden zijn, waardoor het besluit vernietigd werd. De rechtsgevolgen van het besluit bleven echter in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante en het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 mei 2007.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om geen WAO-uitkering toe te kennen wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.