ECLI:NL:CRVB:2007:BA5045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaging bijstandsuitkering wegens gedeelde kosten met inwonend studerend kind
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer had de bijstandsuitkering van betrokkene met 10% verlaagd op grond dat betrokkene de noodzakelijke kosten van het bestaan kon delen met zijn inwonende studerende zoon die een eigen inkomen had. Betrokkene stelde zich op het standpunt dat de studiefinanciering van zijn zoon primair bedoeld is voor studiekosten en primaire levensonderhoud van de student zelf, en niet voor het delen van kosten met ouders.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het besluit tot verlaging vernietigd. Het College ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, stellende dat ook andere kosten dan huur of hypotheek gedeeld kunnen worden en dat de verordening van de gemeente Deventer dit toestaat.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de zoon van betrokkene economisch zelfstandig is en niet als ten laste komend kind wordt beschouwd. De Raad stelt dat de studiefinanciering inclusief een lagere toelage voor thuiswonende studenten al rekening houdt met de woonsituatie en dat van de studerende zoon niet verwacht kan worden dat hij zijn studiefinanciering gebruikt om kosten met zijn ouders te delen.
Daarmee is de verlaging van de bijstandsnorm onterecht toegepast en wordt het hoger beroep van het College verworpen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 10% wegens gedeelde kosten met een studerend inwonend kind wordt onterecht geacht en het hoger beroep van het College wordt verworpen.