ECLI:NL:CRVB:2007:BA5310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Weigering Wvg-voorzieningen aan persoon met AWBZ-indicatie bevestigd
Betrokkene, een gehandicapte die tot 14 januari 2003 in een AWBZ-instelling verbleef, vroeg bij de gemeente Tilburg voorzieningen aan op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). De gemeente wees de aanvraag af omdat betrokkene aanspraak kon maken op AWBZ-voorzieningen. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat niet de indicatie van het LCIG maar de feitelijke situatie doorslaggevend is.
De gemeente ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de toetsing aan artikel 2, tweede lid, van de Wvg strikt tekstueel moet plaatsvinden. Alleen verblijf in een instelling bekostigd op grond van de AWBZ valt onder dat artikel, niet feitelijk verblijf buiten een instelling. De Raad erkende dat zorg en wonen steeds meer als zelfstandige functies worden beschouwd, wat leidt tot diverse woon- en zorgsituaties.
De Raad concludeerde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de feitelijke situatie bepalend is en geen analoge uitleg van het artikel mogelijk is. Hierdoor faalt het hoger beroep van de gemeente en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding om de gemeente te veroordelen in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.