ECLI:NL:CRVB:2010:BO0285
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag woonvoorziening wegens ontbreken woonplaats in gemeente Drechterland
Appellante vroeg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een woonvoorziening in de vorm van een woningaanpassing bij het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland. Deze aanvraag werd afgewezen omdat appellante haar hoofdverblijf in een andere gemeente heeft en zij niet in meerdere gemeenten tegelijk woonplaats kan hebben.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de compensatieplicht van het college volgens artikel 4 Wmo Pro alleen geldt voor personen die woonplaats hebben in de betreffende gemeente. Appellante staat ingeschreven in de gemeente Enkhuizen en verblijft daar ook het merendeel van de tijd, waardoor haar woonplaats daar ligt.
De Raad wees ook het beroep op artikel 19, tweede lid, van de Verordening af, omdat appellante niet haar hoofdverblijf heeft in een AWBZ-instelling. Verder was er geen grond om de hardheidsclausule van artikel 37 toe Pro te passen, mede omdat al eerder een maximale tegemoetkoming was toegekend. De aanvraag van de ouders als mantelzorgers werd buiten beschouwing gelaten omdat deze niet aan de orde was in het geding.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag voor een woonvoorziening wordt afgewezen omdat appellante geen woonplaats heeft in de gemeente Drechterland.