ECLI:NL:CRVB:2008:BD0994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K.J. Kraan
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Terugvordering wachtgeld na nabetaling WAO-uitkering en toepassing zes-maandenjurisprudentie
Betrokkene ontving vanaf 1995 wachtgeld en verrichtte werkzaamheden waarvan inkomsten deels in mindering werden gebracht op het wachtgeld. Vanaf april 2003 werd betrokkene ziek en ontving vanaf 14 april 2004 een WAO-uitkering. De WAO-uitkering werd later met terugwerkende kracht verhoogd, wat leidde tot een nabetaling van bruto € 26.039,94. Appellant, de minister, vorderde terugbetaling van het onverschuldigd betaalde wachtgeld, maar de rechtbank beperkte deze terugvordering op grond van de zes-maandenjurisprudentie.
De Raad overweegt dat de zes-maandenjurisprudentie hier niet van toepassing is omdat betrokkene niet met terugwerkende kracht werd geconfronteerd met een lagere uitkering, maar juist een nabetaling ontving. De minister was bevoegd het onverschuldigd betaalde wachtgeld terug te vorderen tot het bedrag van de nabetaling. Echter, de Raad oordeelt dat slechts het netto-equivalent van het bruto bedrag mag worden teruggevorderd, mede vanwege het nalaten van verrekening van nabetaling en terugvordering.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en het besluit van 20 april 2007 en bevestigt voor het overige de uitspraak van de rechtbank Maastricht. De minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en de zes-maandenjurisprudentie. Betrokkene hoeft geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het bestreden besluit en het besluit van 20 april 2007 worden vernietigd, de rechtbankuitspraak wordt bevestigd en de minister moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de zes-maandenjurisprudentie.