ECLI:NL:CRVB:2007:BA6539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens woonplaatsgeschil niet deugdelijk gemotiveerd
Appellant ontving sinds februari 2001 bijstand van het College van burgemeester en wethouders van Alkmaar. Het College trok bij besluit van 3 maart 2004 de bijstand met ingang van 1 januari 2004 in, vanwege het vermoeden dat appellant zijn woonplaats had verplaatst naar Amsterdam. Dit leidde tot terugvordering van bijstandskosten en oplegging van een boete.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de intrekking en terugvordering betrof, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Appellant stelde zich op het standpunt dat hij wel degelijk woonde op het bij het College bekende adres in Alkmaar.
De Raad oordeelt dat het College onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangetoond waaruit blijkt dat appellant zijn woonstede heeft prijsgegeven. De verklaringen en het onderzoek boden geen sluitend bewijs dat appellant niet meer woonde in Alkmaar. Daarom is het besluit tot intrekking en terugvordering niet deugdelijk gemotiveerd en strijdig met de Awb.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de eerdere besluiten die hierop berusten, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt het College tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Hiermee komt de intrekking van de bijstand en de daarop gebaseerde terugvordering en boete te vervallen.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, en het College wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.