ECLI:NL:CRVB:2007:BA6712
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indicatiestelling persoonsgebonden budget ondanks geschil over zorguren en functie verblijf
Appellante heeft meerdere keren een herindicatie van haar persoonsgebonden budget aangevraagd vanwege een vermeende toename van haar zorgbehoefte. Het CIZ stelde de indicaties vast voor huishoudelijke verzorging, persoonlijke verzorging, verpleging en verblijf, waarbij rekening werd gehouden met mantelzorg door haar dochter. Appellante maakte bezwaar tegen de besluiten, stellende dat de zorguren te laag waren vastgesteld en dat zij geen indicatie voor verblijf wenste.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad stelde vast dat het geschil zich beperkte tot de indicatiestelling per 17 februari 2004. De Raad oordeelde dat appellante geen objectieve medische gegevens had overgelegd die het oordeel van de CIZ-arts konden weerleggen. Tevens werd geoordeeld dat de functie verblijf een andere maatstaf kent dan de specifieke zorgfuncties en niet gelijkgesteld kan worden aan een optelsom daarvan.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 juni 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de indicatiestelling van het CIZ en wijst het hoger beroep van appellante af.