ECLI:NL:CRVB:2007:BA7742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AOW-pensioen ondanks beroep op vrijwillige verzekering en NMV
Betrokkene heeft bij besluiten van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) geweigerd gekregen dat zij aanspraak kon maken op een volledig AOW-pensioen, omdat zij nooit verzekerd is geweest voor de AOW. Een gedeeltelijk AOW-pensioen werd toegekend op grond van de verzekering van haar echtgenoot. De rechtbank heeft in eerste aanleg de beroepen van betrokkene tegen deze besluiten ongegrond verklaard, stellende dat zij geen verzekering kon ontlenen aan de AOW omdat zij niet in Nederland heeft gewoond of gewerkt.
Betrokkene voerde in hoger beroep aan dat zij bereid was premies te betalen voor vrijwillige verzekering en dat het Nederlands-Marokkaanse verdrag (NMV) en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) toepassing behoorden te vinden. De Raad overwoog dat betrokkene niet bevoegd was tot vrijwillige verzekering toe te treden en dat eerdere jurisprudentie geen aanleiding gaf tot een andere uitkomst.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en verwierp de grieven van betrokkene. De ingangsdatum van het weduwepensioen stond vast en de verschillen in behandeling met andere weduwen werden gerechtvaardigd geacht. De uitspraak werd gedaan door M.M. van der Kade op 31 mei 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het volledige AOW-pensioen aan betrokkene.