ECLI:NL:CRVB:2005:AU7656
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AOW-pensioen na overlijden echtgenoot op grond van Nederlands-Marokkaans verdrag
Appellante, woonachtig in Marokko en nooit in Nederland gewoond of gewerkt, kreeg aanvankelijk een AOW-pensioen toegekend gebaseerd op de verzekeringsperiode van haar overleden echtgenoot. Na zijn overlijden werd dit pensioen ingetrokken. Appellante ging in hoger beroep tegen deze intrekking.
De Raad overwoog dat het Nederlands-Marokkaans verdrag (NMV) voor de periode tot 1 november 2004 geen zelfstandig recht op AOW-pensioen aan de echtgenote toekent. Het verdrag erkent alleen verzekeringsperioden van de echtgenoot, maar kent geen zelfstandig recht toe aan de vrouw, noch tijdens het huwelijk noch na beëindiging daarvan.
De Raad bevestigde dat de beleidsmatige toepassing van artikel 21 NMV Pro, waarbij voordelen alleen tijdens het huwelijk werden toegekend en niet na overlijden van de echtgenoot, rechtens standhoudt. Het beroep van appellante werd daarom afgewezen en het bestreden besluit tot intrekking van het AOW-pensioen bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt afgewezen en het besluit tot intrekking van het AOW-pensioen bevestigd.