ECLI:NL:CRVB:2014:4352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens onduidelijkheid woonplaats
Appellante ontving bijstand vanaf augustus 2009, maar het college van burgemeester en wethouders van Veendam trok deze in vanwege het vermoeden dat zij niet op het opgegeven adres woonde maar op een recreatiepark.
Na onderzoek en verhoren stelde het college vast dat appellante haar hoofdverblijf had op het recreatiepark en vorderde de bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het onderzoek onvolledig was en dat haar verklaringen onder druk onjuist waren weergegeven. De Raad oordeelde dat de verklaring van appellante tijdens het verhoor betrouwbaar was en dat zij haar woonplaats in 2010 inderdaad op het recreatiepark had.
Echter kon niet worden vastgesteld dat zij ook in de periodes vóór 2010 en na 2010 haar hoofdverblijf daar had. Daarom vernietigde de Raad het besluit voor die periodes en droeg het college op een nieuw besluit te nemen. Tevens werden de kosten aan het college opgelegd.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand over bepaalde periodes is vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.