ECLI:NL:CRVB:2007:BB1063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens te late aanvraag en vaststelling eerste arbeidsongeschiktheidsdag
Appellant, voormalig werknemer bij ITC, vroeg op 4 december 2002 een WAO-uitkering aan. Het UWV stelde de eerste arbeidsongeschiktheidsdag arbitrair vast op 29 mei 1988, de dag van zijn eerste opname in Huize Padua met psychische klachten. De aanvraag werd afgewezen omdat appellant op die datum niet in dienst was en de aanvraag meer dan 15 jaar na die datum werd ingediend.
Appellant voerde aan dat hij al eerder arbeidsongeschikt was door psychische problemen, met incidenten vanaf 1985 en een studie die hij vanaf 1986 volgde. Hij stelde dat het getuigschrift van zijn werkgever geflatteerd was en dat zijn studie niet uitsloot dat hij arbeidsongeschikt was. De Raad oordeelde echter dat appellant in de periode voor 29 mei 1988 naar tevredenheid functioneerde en zijn studie succesvol afrondde.
De Raad vond geen medische stukken die appellant's stellingen ondersteunden en zag geen reden om de vastgestelde eerste arbeidsongeschiktheidsdag te wijzigen. Ook benoemde de Raad geen deskundige voor nader onderzoek. De weigering van de WAO-uitkering werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag terecht is vastgesteld op 29 mei 1988.