ECLI:NL:CRVB:2007:BB1161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hersteltermijn en terugvordering bijstand: onredelijk kort en besluit vernietigd
Appellante diende op 24 januari 2005 een aanvraag om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het College verzocht haar om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften van het spaarplan van haar zoon, binnen een hersteltermijn van vijf dagen aan te leveren. Appellante kon hier niet aan voldoen omdat zij de afschriften eerst bij de bank moest opvragen.
Het College stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vanwege het niet tijdig aanleveren van de gevraagde gegevens. Tevens werd een voorschot van €600 teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het buiten behandeling stellen ongegrond, maar vernietigde het terugvorderingsbesluit wegens het ontbreken van een hoorzitting.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College onredelijk had gehandeld door een hersteltermijn van slechts vijf dagen te hanteren, terwijl het eigen beleid een termijn van maximaal vier weken voorschrijft. Omdat het College zonder steekhoudende motivering van deze gedragslijn was afgeweken, kon het besluit niet standhouden. Ook de terugvordering was onrechtmatig omdat het College niet bevoegd was deze in die situatie te doen.
De Raad vernietigde de besluiten van 9 juni 2005, 18 augustus 2005 en 3 augustus 2006 en verklaarde de beroepen gegrond. Het College werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak, inclusief een beslissing over de vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het verzoek om schadevergoeding werd niet toegewezen omdat nadere besluitvorming nodig is.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten wegens een onredelijk korte hersteltermijn en onrechtmatige terugvordering en beveelt hernieuwde besluitvorming.