ECLI:NL:CRVB:2007:BB1248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAJONG-uitkering ondanks eerdere volledige arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarbij de weigering van een WAJONG-uitkering werd gehandhaafd. De rechtbank had het beroep van appellant gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. De rechtbank oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was en dat appellant de geduide functies kon verrichten, ondanks zijn beperkingen.
Appellant voerde aan dat hij sinds 1990 volledig arbeidsongeschikt was en dat het nieuwe beoordelingssysteem (CBBS) onrechtvaardig was, omdat het tot een lager arbeidsongeschiktheidspercentage leidde. De Raad oordeelde dat het CBBS als beoordelingssysteem rechtens aanvaardbaar is en dat het UWV enige beoordelingsruimte heeft bij het vaststellen van de mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad stelde vast dat er geen nieuwe medische stukken waren die een ander oordeel rechtvaardigen en dat de beperkingen van appellant niet zodanig zijn dat de arbeidsongeschiktheid boven de 25% uitkomt. Ook een ontheffing van arbeidsverplichting in het kader van de Wet werk en bijstand was niet relevant voor de datum in geschil. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAJONG-uitkering blijft gehandhaafd.