ECLI:NL:CRVB:2007:BB1384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving een bijstandsuitkering die door het College van burgemeester en wethouders van Rijswijk met ingang van 1 juli 1997 werd ingetrokken vanwege schending van de inlichtingenverplichting. Tevens werd een aanvraag voor categoriale bijzondere bijstand voor 2004 afgewezen omdat de hoogte van zijn inkomen en vermogen niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank had ten onrechte een oordeel gegeven over de beëindiging van de bijstand per 1 december 2004, wat buiten het geschil viel. De Raad vernietigde deze uitspraak en beoordeelde de intrekking over de periode van 1 juli 1997 tot en met 12 januari 2005. Uit onderzoek bleek dat appellant niet op juiste wijze melding had gemaakt van bankrekeningen en machtigingen, wat een schending van de inlichtingenverplichting opleverde.
De Raad oordeelde dat het College terecht de bijstand kon intrekken en de kosten van de onterecht ontvangen bijstand kon terugvorderen. De aanvraag voor bijzondere bijstand werd eveneens terecht afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het College werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand vanaf 1 juli 1997 wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.