ECLI:NL:CRVB:2007:BB1848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand wegens onduidelijke woonsituatie en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijswijk. Naar aanleiding van een vermoeden dat zij niet op het opgegeven adres woonden, voerde de sociale recherche een onderzoek uit. Op basis van verklaringen van buurtbewoners en huismeester concludeerde het College dat appellanten vanaf 28 juli 2003 niet op het opgegeven adres woonden en trok de bijstand met ingang van die datum in.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de intrekking slechts kan strekken tot de datum van het huisbezoek op 21 september 2004. Vanaf die datum is onvoldoende grond voor het standpunt dat appellanten niet op het adres woonden. De Raad vernietigt daarom de besluiten voor het gedeelte vanaf 21 september 2004 wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro en beveelt het College nieuwe besluiten te nemen.
Daarnaast oordeelt de Raad dat het College bevoegd was om de bijstand terug te vorderen over de periode van 28 juli 2003 tot en met 31 augustus 2004, conform het beleid in het Werkboek WWB. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten van appellanten en dient het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De intrekking van bijstand vanaf 21 september 2004 wordt vernietigd en het College moet nieuwe besluiten nemen.