ECLI:NL:CRVB:2007:BB1978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsongeschiktheid en handhaving rechtsgevolgen WAO
Appellant stelde dat zijn medische beperkingen waren onderschat en dat het UWV ten onrechte functies had geselecteerd die niet medisch passend waren. De rechtbank had het UWV-besluit gehandhaafd zonder nader onderzoek ter zitting, ondanks dat nieuwe stukken waren ingediend. De Raad oordeelde dat dit in strijd was met artikel 8:57 Awb Pro, omdat de rechtbank niet opnieuw toestemming had gevraagd aan appellant na ontvangst van nieuwe stukken.
De Raad vernietigde daarom de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de medische beoordeling voldoende was onderbouwd. De arbeidskundige rapportage ondersteunde de functies waarop het UWV zich baseerde, en er was geen aanleiding tot twijfel aan de medische beperkingen zoals vastgesteld door de bezwaarverzekeringsarts.
De Raad wees ook het standpunt van appellant af dat de beoordeling zich moest uitstrekken tot juli 2003, omdat het besluit was genomen naar aanleiding van een melding van februari 2003. Tot slot veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van de proceskosten en vergoedde het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.