ECLI:NL:CRVB:2007:BB2068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt afwijzing verstrekking C-leg prothese wegens onjuiste beoordeling doelmatigheid
Appellante, met arterieel vaatlijden en een amputatie van het rechterbeen, vroeg om verstrekking van een C-leg beenprothese. De revalidatiearts adviseerde dit type prothese vanwege haar behoefte aan veilig lopen op hellingen, oneffen terrein en trappen. VGZ wees de aanvraag af omdat de bestaande prothese nog adequaat was en de C-leg onnodig duur.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de aanspraak slechts geldt voor de goedkoopste adequate voorziening en dat vervanging van nog bruikbare hulpmiddelen niet verantwoord is. Appellante stelde dat er geen gelijkwaardig goedkoper alternatief is en dat VGZ het onderzoek onzorgvuldig had uitgevoerd.
De Raad oordeelt dat de aanspraak op een verstrekking alleen geldt indien er een objectieve medische noodzaak is, de verstrekking adequaat is en niet onnodig duur. Uit medische rapporten blijkt dat appellante op medische gronden is aangewezen op de C-leg en dat de oude prothese haar beperkingen onvoldoende compenseert. VGZ heeft dit onvoldoende weerlegd en heeft de concrete situatie onvoldoende betrokken.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en het besluit van VGZ, verklaart het beroep gegrond en draagt VGZ op een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de Raad VGZ tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit van VGZ tot weigering van de C-leg prothese wordt vernietigd en VGZ wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.