ECLI:NL:CRVB:2008:BC9359
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens gebrek aan spoedeisend belang bij geschil over schadevergoeding ambtenaar
Betrokkene was als research analist werkzaam bij de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) en stelt schade te hebben opgelopen door dampen tijdens een proef in 1993. Na beëindiging van het dienstverband in 1994 heeft betrokkene meerdere malen verzoeken ingediend om het incident als dienstongeval te erkennen en schadevergoeding te verkrijgen, welke door verzoeker zijn afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene tegen het besluit van verzoeker gegrond en bepaalde dat een nieuw besluit op bezwaar moest worden genomen. Verzoeker stelde daarop een hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om schorsing van de uitvoering van de rechtbankuitspraak te bewerkstelligen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het enkel feit dat verzoeker meent dat uitvoering van de uitspraak een intensief onderzoek vergt, geen zwaarwegend spoedeisend belang vormt. Ook acht de voorzieningenrechter de risico's en problemen voor verzoeker niet onoverkomelijk. Jurisprudentie bevestigt dat de verjaringstermijn van vijf jaren niet absoluut is en kan worden onderbroken door tijdige communicatie.
Gelet op deze omstandigheden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelt verzoeker in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.