ECLI:NL:CRVB:2013:2186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Verwijzing naar verjaring bij schadevergoeding na dienstongevallen ambtenaar
Appellant, werkzaam als groepsleider/sportinstructeur, liep in 1992 en 1997 tijdens zijn werkzaamheden dienstongevallen op. Hij verzocht in 2005 om schadevergoeding, maar de minister wees dit af wegens verjaring. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en opende het onderzoek voor een nadere uitspraak over mogelijke termijnoverschrijding.
Appellant stelde dat hij de minister in 1998 aansprakelijk had gesteld via een brief, maar kon dit niet aannemelijk maken. De Raad overwoog dat financiële aanspraken jegens de overheid na vijf jaar verjaren, en dat appellant niet binnen deze termijn actie had ondernomen. Zelfs indien de brief van 1998 als stuiting werd gezien, was de daaropvolgende termijn ook verstreken.
Onbekendheid met verjaringsregels vormt geen bijzondere omstandigheid die verjaring kan doorbreken. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit van de minister en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding is afgewezen wegens verjaring; het hoger beroep wordt verworpen.