ECLI:NL:CRVB:2007:BB2391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid vernietigd wegens motiveringsgebrek
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering omdat zij meende medisch meer beperkt te zijn dan het UWV en de rechtbank aannam, met name vanwege haar beperkte energetische belastbaarheid en verergerende klachten na fysieke inspanning.
De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en het besluit vernietigd, omdat onvoldoende was onderbouwd dat de belastbaarheid niet was overschat en een van de functies mogelijk niet aan de belastbaarheidseisen voldeed. Het UWV stelde zich op het standpunt dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat de functies passend waren.
De Raad oordeelde dat het nieuwe besluit op bezwaar van het UWV een motiveringsgebrek vertoonde, met name omdat onvoldoende was toegelicht waarom de signaleringen van overschrijding van belastbaarheid toelaatbaar waren. Daarnaast was de functieduiding niet volledig passend volgens het bandbreedtecriterium.
De Raad verklaarde het hoger beroep van appellante niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een belang bij de eerdere uitspraak, maar verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit op bezwaar gegrond en vernietigde dit besluit. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en het UWV moet een nieuw besluit nemen.