ECLI:NL:CRVB:2007:BB2682
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens onvoldoende medische motivering
Appellant stelde beroep in tegen het UWV-besluit dat zijn WAO-uitkering vaststelde op 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid per 4 juni 2002. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het gewijzigde besluit af. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het beroep tegen het eerste besluit terecht niet-ontvankelijk was wegens gebrek aan belang, maar dat het beroep tegen het tweede besluit gegrond is vanwege onvoldoende medische motivering.
De Raad stelde vast dat de functionele mogelijkheden van appellant, met name ten aanzien van het frequent reiken, niet duidelijk en toetsbaar waren onderbouwd. De rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige was tegenstrijdig en ontbrak medische bevestiging, waardoor het UWV-besluit niet voldeed aan de eisen van inzichtelijkheid en toetsbaarheid.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de rechtbank ten onrechte de vergoeding van kosten van medische rapportages en huisartsinformatie had afgewezen. Het UWV dient deze kosten alsnog in behandeling te nemen bij het nieuwe besluit op bezwaar.
De Raad vernietigde het bestreden besluit, veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten in beroep en hoger beroep en bepaalde dat het UWV het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt. Het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het UWV-besluit over de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.