ECLI:NL:CRVB:2007:BB4047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Betrokkene maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege een gebrekkige arbeidskundige onderbouwing, waarbij de medische beoordeling wel juist werd bevonden. De rechtbank vond dat onvoldoende passende functies waren vastgesteld die betrokkene zou kunnen vervullen.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep de vernietiging van het besluit. De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig en adequaat was, waarbij een psychiater en orthopedisch chirurg betrokken waren. Er was geen noodzaak voor aanvullend onderzoek door een gynaecoloog of reumatoloog. De Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) was aangepast op basis van deze bevindingen.
De Raad stelt vast dat sommige functies die het UWV passend achtte, zoals telefonist en centralist, vanwege de sociale interactie niet geschikt zijn voor betrokkene. Andere functies, waaronder confectie- en productiewerk, zijn wel passend maar leiden niet tot een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Daarom is het besluit tot intrekking van de uitkering terecht vernietigd.
De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten en bepaalt dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Besluit tot intrekking WAO-uitkering vernietigd; UWV moet nieuw besluit nemen.