ECLI:NL:CRVB:2007:BB4050
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.H.M. Roelofs
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en terugvordering bijstandsuitkering bij gezamenlijke huishouding
Betrokkene ontving bijstand sinds 1992 en de gemeente Helmond had de bijstand over de periode 1994-1999 deels herzien en teruggevorderd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met een partner. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene tegen het besluit van 25 september 2005 gegrond en vernietigde dat besluit, omdat appellant onvoldoende onderzoek had gedaan naar de actuele situatie van wederzijdse verzorging en de temporele werking van artikel 3, vierde lid, WWB had genegeerd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en overweegt dat het onweerlegbaar rechtsvermoeden van gezamenlijke huishouding slechts beperkt toepasbaar is en niet zonder meer kan leiden tot toepassing van de gehuwdennorm bij de draagkrachtberekening. De Raad benadrukt dat het onderzoek zich moet richten op gewijzigde omstandigheden ten opzichte van de situatie in 1998-1999.
De Raad veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene en bepaalt dat de griffierechten door de gemeente Helmond worden betaald. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd met verbetering van gronden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van 25 september 2005 wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering.