ECLI:NL:CRVB:2007:BB5299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H.G. Rottier
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Niet-verschoonbare termijnoverschrijding bezwaar tegen besluit wachttijdverlenging WAO
Appellant, eigenaar van een eenmanszaak, maakte bezwaar tegen een besluit van het Uwv van 6 december 2002 waarin de wachttijd voor arbeidsongeschiktheid werd verlengd. Het bezwaar werd door het Uwv niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn. De rechtbank bevestigde dit oordeel, maar de Centrale Raad van Beroep stelt vast dat het besluit niet op de voorgeschreven wijze aan appellant is bekendgemaakt, waardoor de bezwaartermijn niet is aangevangen.
De Raad concludeert dat het bezwaar van appellant tegen het besluit van 6 december 2002 tijdig is ingediend en dat het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak in zoverre vernietigd moeten worden. Daarnaast oordeelt de Raad dat het bezwaar tegen het besluit van 28 april 2003 niet-ontvankelijk is omdat het bezwaarschrift geen betrekking had op dit besluit binnen de termijn.
De Raad beveelt het Uwv een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak en veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant. Tevens dient het Uwv het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit van 6 december 2002 is tijdig ingediend en het bestreden besluit wordt vernietigd, het bezwaar tegen het besluit van 28 april 2003 is niet-ontvankelijk verklaard.