ECLI:NL:CRVB:2007:BB5352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens juiste vaststelling psychische beperkingen
Appellante was sinds 1996 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt en ontving vanaf 1997 een WAO-uitkering. In 2004 werd deze uitkering ingetrokken op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten, waarna appellante bezwaar maakte. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende toelichting op de geschiktheid van functies, maar het Uwv stelde dat appellante geschikt was voor bepaalde werkzaamheden.
In hoger beroep betwistte appellante de vaststelling van haar psychische beperkingen en bracht een psychiatrisch rapport in dat een ernstiger beperking aannam. De bezwaarverzekeringsarts reageerde dat de diagnose niet wezenlijk verschilde, maar dat de belastbaarheid anders werd ingeschat vanwege methodologische verschillen en het feit dat beperkingen die bestonden bij aanvang van de verzekering niet meewegen.
De Raad oordeelde dat de beperkingen zoals vastgesteld door de verzekeringsarts juist waren en dat de kritiek op het psychiatrisch rapport grotendeels gegrond was. De GAF-score van 51-60 duidt op matige problemen, wat overeenkomt met de vastgestelde beperkingen. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde dat de intrekking van de WAO-uitkering terecht was.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 8 september 2004 is bevestigd wegens juiste vaststelling van de psychische beperkingen.