ECLI:NL:CRVB:2007:BB5922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over Ziektewetuitkering na zwangerschapsverlof wegens niet-tijdige ziekmelding
Appellant voerde hoger beroep tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat de werkneemster geen recht had op een Ziektewetuitkering omdat de ziekmelding pas op 8 november 2004 werd gedaan, terwijl het zwangerschaps- en bevallingsverlof op 19 september 2004 was geëindigd. Het UWV stelde dat de ziekmelding niet tijdig was gedaan, waardoor geen recht op uitkering bestond.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat de werkneemster vanaf 19 september 2004 niet ziek was omdat zij vakantieverlof opnam. Appellant stelde in hoger beroep dat de werkneemster direct aansluitend aan het zwangerschapsverlof ongeschikt was voor arbeid, maar dat dit niet eerder gemeld kon worden vanwege het opnemen van vakantieverlof.
De Raad oordeelde dat het opnemen van vakantieverlof niet automatisch betekent dat de werkneemster geschikt was om te werken en dat het UWV alsnog moet onderzoeken of de werkneemster vanaf 19 september 2004 ongeschikt was voor arbeid en of die ongeschiktheid verband hield met zwangerschap of bevalling. Het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank werden vernietigd en het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen over de Ziektewetuitkering.