Uitspraak
21 2616 ZW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
De werkneemster was werkzaam bij appellante en ontving een Wazo-uitkering wegens zwangerschap. Na afloop van deze uitkering en een aansluitend vakantieverlof hervatte zij haar werkzaamheden op 8 april 2019. Op 24 april 2019 meldde zij zich ziek met bekkenklachten die verband hielden met haar zwangerschap en bevalling.
Het UWV weigerde een Ziektewetuitkering toe te kennen omdat de ziekmelding niet direct aansloot op de Wazo-uitkering. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat werkneemster gedurende ruim twee weken na haar verlof haar werk had verricht zonder ziekmelding.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de klachten direct verband hielden met de zwangerschap en dat de werkneemster haar werkzaamheden slechts gedeeltelijk kon uitvoeren. De Raad oordeelde echter dat het ontbreken van medische informatie over de periode tussen het einde van de Wazo-uitkering en de ziekmelding en het feit dat de werkneemster haar werk had hervat zonder ziekmelding, geen aanleiding gaf tot het toekennen van de Ziektewetuitkering.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek tot schadevergoeding af. De ziekmelding per 24 april 2019 kon niet worden teruggevoerd naar de directe periode na de Wazo-uitkering, waardoor geen recht op Ziektewetuitkering bestond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering omdat de ziekmelding niet direct aansluit op de Wazo-uitkering en vakantieverlof.