ECLI:NL:CRVB:2007:BB6201
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel tijdelijke verlaging bijstandsuitkering wegens verwijtbaar werkloos worden
Appellant werd ontslagen nadat zijn luchthavenpas was ingenomen vanwege vermeende diefstal, waardoor hij zijn werkzaamheden niet meer kon verrichten. Hij diende een aanvraag in voor bijstand, waarop het College een verlaging van de bijstand met 100% oplegde voor een maand wegens verwijtbaarheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde vast dat appellant zijn ontslag niet juridisch had aangevochten, wat als verwijtbaar werd beschouwd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij geen verwijt treft en dat hij geen bezwaar maakte omdat hij zonder luchthavenpas toch niet kon werken.
De Raad oordeelde dat dit geen verschoonbare reden is om niet tegen het ontslag op te komen en kwalificeerde de gedraging terecht als een gedraging van de vierde categorie volgens het Maatregelenbesluit Abw. De maatregel van 100% verlaging gedurende een maand is passend en er zijn geen omstandigheden die matiging rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De maatregel van 100% verlaging van de bijstandsuitkering gedurende een maand wordt bevestigd wegens verwijtbaar werkloos worden.