ECLI:NL:CRVB:2007:BB6231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens te late indiening na ziekenhuisopname
Betrokkene ontving op 6 december 2004 een besluit van appellant waarin een WAO-uitkering werd geweigerd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Betrokkene maakte bezwaar op 25 januari 2005, maar appellant verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn. Betrokkene stelde dat de termijnoverschrijding te wijten was aan een ziekenhuisopname van 4 tot 17 januari 2005 wegens ischias.
De rechtbank oordeelde dat niet vastgesteld kon worden wanneer het besluit was verzonden, waardoor ook de bezwaartermijn onduidelijk was, en verklaarde het bezwaar gegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het besluit wel degelijk op 6 december 2004 was verzonden en dat de termijn derhalve was gestart op 7 december 2004. De Raad overwoog dat verzending en aanbieding aan het juiste adres voldoende aannemelijk zijn gemaakt en dat de ontvangstdatum niet bepalend is voor de aanvang van de termijn.
De Raad concludeerde dat het bezwaar te laat was ingediend en dat de ziekenhuisopname geen verschoonbare reden oplevert, mede omdat betrokkene al in november 2004 was geïnformeerd en zijn echtgenote zijn belangen kon behartigen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het bezwaar alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.