ECLI:NL:CRVB:2017:2233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Appellant, die sinds november 1983 geen WAO-uitkering meer ontvangt, heeft meerdere keren verzocht om herziening of toekenning van een WAO-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft deze verzoeken afgewezen omdat de mate van arbeidsongeschiktheid destijds minder dan 15% was en appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangeleverd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het laatste besluit ongegrond, omdat appellant onvoldoende onderbouwing gaf voor een ander oordeel. In hoger beroep stelde appellant dat zijn gezondheid verslechterd is en overhandigde medische stukken ter ondersteuning. De Raad oordeelde dat deze stukken geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatten die relevant zijn voor de situatie in november 1983.
De Raad bevestigde dat de aanvraag als herhaalde aanvraag volgens artikel 4:6 Awb Pro moet worden beoordeeld en dat het Uwv zorgvuldig en deugdelijk heeft gemotiveerd dat er geen nieuwe feiten zijn. Een Amber-beoordeling was niet aan de orde omdat de WAO-uitkering destijds was beëindigd vóór de inwerkingtreding van de Wet Amber. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag voor een WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.