ECLI:NL:CRVB:2007:BB6899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering wegens inkomsten uit arbeid
Appellant ontving een WAO-uitkering die werd herzien en teruggevorderd door het UWV wegens niet opgegeven inkomsten uit werkzaamheden als docent en sporttherapeut sinds 1998. Het UWV paste artikel 44 van Pro de WAO toe, waardoor de uitkering werd aangepast en deels onverschuldigd werd betaald.
Appellant voerde aan dat de werkzaamheden hobbymatig waren, dat kosten ten onrechte niet in mindering waren gebracht, dat een bedrag van ruim f 20.000 niet was uitbetaald maar verrekend, en dat de terugvordering onterecht was vanwege schending van rechtszekerheid en de redelijke termijn. De Raad oordeelde dat de werkzaamheden wel degelijk van economische betekenis waren, dat de inkomsten correct waren vastgesteld inclusief de verrekening met bouwkosten, en dat de toepassing van artikel 44 met Pro terugwerkende kracht rechtmatig was omdat appellant zijn mededelingsplicht had geschonden.
De Raad verwierp het beroep op dringende redenen voor matiging van de terugvordering en concludeerde dat de duur van de procedure niet in strijd was met het EVRM. De rechtbank had de bestreden besluiten terecht in stand gelaten en het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van onverschuldigd betaalde WAO-uitkeringen wordt bevestigd.