ECLI:NL:CRVB:2007:BB7265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- K. Zeilemaker
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering tijdens elektronische detentie onterecht verklaard
Appellant ontving bijstand volgens de WWB en onderging een gevangenisstraf in de vorm van elektronisch gecontroleerd huisarrest (ED). Het College trok de bijstand over deze periode in en vorderde de uitkering terug, omdat volgens artikel 13 WWB Pro bijstand wordt uitgesloten bij vrijheidsontneming.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant onterecht is uitgesloten van bijstand. De Raad stelt dat appellant niet deelnam aan een penitentiair programma en dat de vergoeding van het ministerie van Justitie onvoldoende was om in alle noodzakelijke kosten te voorzien.
De Raad concludeert dat het onderscheid tussen deelnemers aan een penitentiair programma en personen zoals appellant niet gerechtvaardigd is en in strijd met artikel 26 IVBPR Pro. Daarom moet artikel 13 WWB Pro buiten toepassing worden gelaten en dient het College een nieuw besluit te nemen.
De Raad veroordeelt het College tevens in de proceskosten van appellant en bepaalt dat de gemeente Utrecht het betaalde griffierecht vergoedt.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering tijdens elektronische detentie wordt vernietigd en het College dient een nieuw besluit te nemen.