ECLI:NL:CRVB:2007:BB7719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- K. Zeilemaker
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet verstrekken gevraagde gegevens
Appellant ontving een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een huisbezoek in oktober 2004 bleek dat de vader van appellant was overleden en dat de familie een huis in Turkije had geërfd met een waarde tussen de tien- en vijftienduizend euro. Appellant diende in april 2005 een nieuwe bijstandsaanvraag in, maar verstrekte niet de gevraagde gegevens over het huisbezit en de erfenis in Turkije.
Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen wegens het niet verstrekken van de benodigde gegevens. Tevens werd de bijstand ingetrokken met ingang van 17 februari 2005 omdat appellant niet voldeed aan de geboden gelegenheid om stukken te overleggen. Appellant maakte geen bezwaar tegen de opschorting en voerde in hoger beroep aan dat hij niet beschikte over vermogen en erfenis in Turkije, maar leverde geen bewijsstukken aan.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en de aanvraag niet in behandeling te nemen. Appellant kon het niet overleggen van de gevraagde gegevens worden verweten, mede omdat hij geen verzoek tot verlenging van de hersteltermijn had gedaan en onvoldoende pogingen had ondernomen om de benodigde documenten te verkrijgen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens het niet verstrekken van gevraagde gegevens.