ECLI:NL:CRVB:2007:BA6877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet tijdig overleggen bewijsstukken niet gegrond verklaard
Appellanten ontvingen bijstand en werden onderzocht op rechtmatigheid van deze bijstand. De gemeente Leiden verzocht hen om diverse bewijsstukken met betrekking tot auto’s die op hun naam stonden, waaronder aankoop-, verkoop-, financieringsbewijzen en exportverklaringen. Appellanten verklaarden dat zij als 'katvanger' optraden en niet zelf eigenaar waren van de auto’s, waardoor zij niet over de gevraagde bewijsstukken konden beschikken.
Het College schortte de bijstand op wegens het niet tijdig aanleveren van de gevraagde gegevens en trok deze later in. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat appellanten niet verwijtbaar tekort waren geschoten omdat zij redelijkerwijs niet over de bewijsstukken konden beschikken.
Daarom was het College niet bevoegd om de bijstand in te trekken op grond van artikel 54 van Pro de WWB. De Raad vernietigde het besluit tot intrekking van de bijstand met ingang van 9 september 2004 en veroordeelde het College in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand met ingang van 9 september 2004 wordt vernietigd omdat appellanten niet verwijtbaar tekortschoten in het overleggen van bewijsstukken.