ECLI:NL:CRVB:2007:BB9366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R. Kooper
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW- en bovenwettelijke uitkering na ontslag op disciplinaire grond
Appellant, een brigadier van politie, is ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim na het ongeoorloofd meenemen van politie-eigendommen en het bezit van een gasrevolver zonder vergunning. Het ontslag is opgelegd door de korpsbeheerder en bevestigd door eerdere uitspraken.
Appellant verzocht om een WW-uitkering en een bovenwettelijke uitkering, maar beide werden geweigerd. Het UWV stelde het voorschot op de WW-uitkering op nihil vanwege verwijtbare werkloosheid, en de korpsbeheerder weigerde de bovenwettelijke uitkering omdat het ontslag niet onder de daarvoor geldende bepalingen viel.
De Raad oordeelt dat het UWV terecht het voorschot op nihil stelde, gelet op het ernstig plichtsverzuim en de bevestiging van het ontslag. Ook de weigering van de bovenwettelijke uitkering is correct, omdat appellant geen betrokkene is in de zin van het Bbwp. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW- en bovenwettelijke uitkering na ontslag op disciplinaire grond.