ECLI:NL:CRVB:2007:BB9531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over toerekening inkomsten uitbreiding werkzaamheden
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van het UWV waarbij artikel 44 van Pro de WAO werd toegepast op haar inkomsten. De rechtbank Leeuwarden oordeelde dat het beroep ongegrond was en handhaafde het besluit. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens de zitting verscheen appellante niet, het UWV werd vertegenwoordigd. De Raad concludeerde dat appellante geen nieuwe argumenten had ingebracht en dat de rechtbank haar grieven voldoende had gemotiveerd afgewezen. De wijze waarop het UWV de inkomsten toerekende aan de uitbreiding van haar werkzaamheden werd als aanvaardbaar beoordeeld.
Appellante stelde dat de inkomensstijging ook andere oorzaken kon hebben, zoals de grootte van de groepen aan wie haar kampeerboerderij werd verhuurd, maar de Raad oordeelde dat het aan appellante was om hierover inzicht te verschaffen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en verklaart het hoger beroep ongegrond.