ECLI:NL:CRVB:2007:BB9538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit over beslag op WAO-uitkering
Appellant ontvangt sinds 1994 een WAO-uitkering waarop op 10 november 2006 beslag is gelegd. Het UWV heeft appellant geïnformeerd dat hij vanaf 1 december 2006 een verlaagde uitkering van €760,99 per maand ontvangt. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant geen concrete gronden van beroep had ingediend.
In hoger beroep stelt appellant dat de rechtbank ten onrechte niet-ontvankelijkheid heeft vastgesteld en wijst op meerdere faxen en stukken die hij heeft ingediend. De Raad voor de Rechtspraak oordeelt echter dat deze stukken geen verband houden met het bestreden besluit en appellant niet heeft toegelicht waarom hij het niet eens is met het besluit. Ook tijdens de zitting heeft appellant geen samenhang kunnen aangeven.
De Raad bevestigt daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak benadrukt het belang van concrete en relevante beroepsgronden om ontvankelijkheid te verkrijgen.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV is niet-ontvankelijk verklaard en deze beslissing is bevestigd.