ECLI:NL:CRVB:2007:BB9728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over verwijtbare werkloosheid en hernieuwde beslissing
Betrokkene was sinds 1 oktober 1999 als controller werkzaam bij Maastank International BV. De arbeidsovereenkomst werd op 7 oktober 2004 ontbonden wegens gewichtige redenen zonder vergoeding. Betrokkene vroeg op 14 oktober 2004 een WW-uitkering aan, die door het UWV bij besluit van 18 oktober 2004 geheel werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. Dit besluit werd bevestigd bij besluit van 31 augustus 2005. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellanten, die het beroep na het overlijden van betrokkene voortzetten, voerden aan dat verwijten deels betrekking hadden op perioden vóór het dienstverband en dat betrokkene niet gewaarschuwd was voor zijn functioneren.
De Raad oordeelde dat het UWV geen eigen onderzoek had verricht maar zich baseerde op stukken uit de ontbindingsprocedure, zonder het accountantsrapport dat een belangrijke basis vormde. Het besluit ontbeerde een concrete motivering van de verwijtbare gedragingen. Twee gedragingen werden nader toegelicht: het voortzetten van werkzaamheden voor het eigen kantoor tijdens het dienstverband en het verzwijgen van een boete aan de werkgever. De Raad vond dat onvoldoende duidelijk was of de werkzaamheden binnen de toegestane grenzen vielen en dat het verzwijgen van de boete niet op zichzelf tot ontslag had moeten leiden.
De Raad stelde vast dat het besluit in strijd was met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb en vernietigde het bestreden besluit. Het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot blijvende weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.