ECLI:NL:CRVB:2007:BC0188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluiten wegens onvoldoende motivering belastbaarheid en afwijzing schadevergoeding
Appellante, die haar werkzaamheden had gestaakt wegens klachten aan linkerarm, schouder en nek, kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Het UWV weigerde een Ziektewetuitkering na een ziekmelding in mei 2004. De bezwaarprocedures tegen deze besluiten werden ongegrond verklaard door de rechtbank.
In hoger beroep betoogde appellante dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met haar klachten en dat het effect van Cesar-therapie onderbelicht was gebleven. De Raad oordeelde dat het onderzoek van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was en dat de beperkingen op de Functionele-mogelijkhedenlijst adequaat waren vastgesteld.
Echter bleek dat het UWV onvoldoende inzicht had gegeven in de selectie en geschiktheid van de functies op basis van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS). De Raad concludeerde dat de besluiten niet voorzien waren van een voldoende inzichtelijke en toetsbare motivering, waardoor vernietiging van de besluiten op zijn plaats was.
Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen vanwege onvoldoende inzicht in de omvang van de schade. Ook het verzoek om vergoeding van kosten van rapporten werd afgewezen. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten en vergoedde het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd wegens onvoldoende motivering; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.