ECLI:NL:CRVB:2007:BC0477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid minister tot eervol ontslag wegens onbekwaamheid ambtenaar
Appellante was sinds 1989 werkzaam bij het ministerie van Justitie en kreeg op 15 maart 2004 eervol ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor haar functie, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde de Raad vast dat appellante onvoldoende functioneerde, zoals blijkt uit functioneringsgesprekken en steekproefsgewijze dossiercontroles. Haar leidinggevende startte in 2002 een beoordelingstraject vanwege ontevredenheid over haar functioneren. Appellante voldeed niet aan de vereiste competenties zoals communicatie, samenwerking en taakbewustheid.
Ondanks meerdere verbeterverzoeken en begeleiding wist appellante haar functioneren niet op het vereiste niveau te brengen. De minister mocht het verbetertraject in oktober 2003 stopzetten en was niet verplicht een formele beoordeling voorafgaand aan het ontslag te laten plaatsvinden, mits de grondslag voor ontslag voldoende inzichtelijk is gemaakt.
De Raad oordeelde dat de minister bevoegd was tot het ontslag en dat geen sprake was van schending van het vertrouwensbeginsel. Appellante mocht niet verwachten dat ontslag uitbleef, ook al werd zij ander werk aangeboden. Het zorgvuldigheidsbeginsel noopte de minister niet tot verdere herplaatsingspogingen, mede omdat appellante een loopbaantraject vroegtijdig afbrak.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Proceskostenvergoeding werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag van appellante bevestigd.